Veel gestelde vragen

  1. Wat is het verschil tussen een tolk en een vertaler?
  2. Wat is het verschil tussen consecutief- en simultaantolken?
  3. Hoe lang mag een tolk achterelkaar werken?
  4. Heb ik bij mijn bijeenkomst technische apparatuur nodig?
  5. Waar staan de taalniveaus A, B en C voor?
  6. Wat houdt de Gedragscode en Geheimhoudingsplicht van AIIC tolken in?
  7. Berekent Congrestolken commissie?
  8. Wanneer heb ik een beëdigde tolk nodig?

Wanneer heb ik een beëdigde tolk nodig?

Bij de Wet van 11 oktober 2007 inzake de regels beëdigde tolken en vertalers (Wbtv, artikel 28) is bepaald dat beëdigde tolken alleen verplicht dienen te worden ingezet bij justitiële diensten en instanties in het straf- en vreemdelingenrecht. Het gaat hier om de volgende diensten en instanties:
a. de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
b. de tot de rechterlijke macht behorende gerechten
c. het Openbaar Ministerie
d. de Immigratie- en Naturalisatiedienst
e. de Politie
f. de Koninklijke Marechaussee

In alle andere rechtszaken is een beëdigde tolk of vertaler geen vereiste en hoeft de tolk dus niet beëdigd te zijn. Zo hoeven simultaantolken voor bijvoorbeeld octrooi- en civiele zaken dus niet beëdigd te zijn noch in het tolkenregister te zijn opgenomen.