Bij de Wet van 11 oktober 2007 inzake de regels beëdigde tolken en vertalers (Wbtv, artikel 28) is bepaald dat beëdigde tolken alleen verplicht dienen te worden ingezet bij justitiële diensten en instanties in het straf- en vreemdelingenrecht. Het gaat hier om de volgende diensten en instanties: a. de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State b. de tot de rechterlijke macht behorende gerechten c. het Openbaar Ministerie d. de Immigratie- en Naturalisatiedienst e. de Politie f. de Koninklijke Marechaussee
In alle andere rechtszaken is een beëdigde tolk of vertaler geen vereiste en hoeft de tolk dus niet beëdigd te zijn. Zo hoeven simultaantolken voor bijvoorbeeld octrooi- en civiele zaken dus niet beëdigd te zijn noch in het tolkenregister te zijn opgenomen.